Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 21.253+
€ 557+
€ 30.000
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was in staat van faillissement van 1998 tot 2009 en diende voor 2008 geen aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) in. De Inspecteur legde een aanslag op met boete en heffingsrente wegens het niet doen van aangifte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk, verminderde de aanslag en vernietigde de boete.
Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep. Belanghebbende stelde dat hij op basis van toezeggingen uit 1992 geen aangifte hoefde te doen en dat hij daardoor gerechtvaardigd vertrouwen had. Het hof oordeelde dat een gedragslijn van niet-uitnodigen niet automatisch vertrouwen wekt en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat een levenslange vrijstelling was toegezegd.
De Inspecteur kon niet aantonen dat belanghebbende daadwerkelijk was uitgenodigd voor aangifte 2008. De rechtbank had de aanslag deels terecht verminderd wegens een te hoog bedrag. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het hoger beroep van beide partijen af. De boete werd terecht vernietigd en de heffingsrente bleef in stand omdat deze niet verband hield met de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het hof verklaart beide hoger beroepen ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.