Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
11 februari 2014
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi A4 met een kilometerstand van 182 bij registratie, maar de Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat de auto niet als gebruikt werd aangemerkt.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, vernietigde laatstgenoemde de naheffingsaanslag, maar verklaarde het beroep tegen de voldoening op aangifte niet-ontvankelijk. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het arrest van ’s-Hertogenbosch en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor behandeling van het geschil over de kwalificatie van de auto als gebruikte personenauto.
Het Hof oordeelde dat de auto, geregistreerd in Duitsland en met een kenteken afgegeven vóór de Nederlandse registratie, moet worden aangemerkt als gebruikte personenauto op grond van artikel 10 Wet Pro BPM en de Leidraad BPM 2006. De kilometerstand en gebruikssporen zijn niet doorslaggevend. De naheffingsaanslag wordt vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €1.339, waarbij geen aanleiding was voor een volledige vergoeding wegens het ontbreken van verwijtbaar handelen door de Inspecteur. De uitspraak is gedaan door het Hof in aanwezigheid van de griffier en kan worden bestreden bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat de auto als gebruikte personenauto moet worden aangemerkt.