ECLI:NL:GHARL:2015:5954
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zekerheidstelling voor proceskosten en toegang tot de rechter
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of de appellant, die in het buitenland woont en enig erfgenaam is van de overleden erflater, zekerheid moet stellen voor de proceskosten. De appellant betoogde dat het stellen van zekerheid haar effectieve toegang tot de rechter zou belemmeren, een uitzondering op de verplichting tot zekerheidstelling op grond van artikel 224 lid 2 onder Pro d Rv.
Het hof overweegt dat de appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over middelen beschikt om het hoger beroep te vervolgen. Dit blijkt mede uit het feit dat het griffierecht reeds is betaald en dat zij haar advocaat opdracht heeft gegeven tot het indienen van een memorie van grieven. Daarnaast is de procedure door de erflater zelf aanhangig gemaakt, die toegang had tot de rechter in eerste aanleg.
Het hof veroordeelt de appellant daarom tot het stellen van zekerheid voor een bedrag van € 10.424,-, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat, onder voorwaarden dat het bedrag op een derdengeldrekening wordt gestort en beheerd door de advocaat. Tevens wordt de appellant veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord van de wederpartij, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot zekerheidstelling van € 10.424,- voor proceskosten en in de kosten van het incident.