Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
25 augustus 2015
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende verzocht teruggaaf van omzetbelasting over 2011, welke door de Inspecteur werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen sprake was van economische verbondenheid tussen belanghebbende en haar werkmaatschappij [E] BV, waardoor geen fiscale eenheid kon worden gevormd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij een sturende en beleidsbepalende functie vervult ten behoeve van [E] BV, wat volgens de holdingresolutie kan leiden tot erkenning van economische verbondenheid ondanks het ontbreken van een vergoeding. Het hof stelde vast dat belanghebbende inderdaad een wezenlijke economische functie vervult door de bestuursactiviteiten van [H] namens haar uit te oefenen.
Het hof concludeerde dat belanghebbende en [E] BV als één ondernemer moeten worden aangemerkt op grond van artikel 7 lid 4 Wet Pro OB, waardoor belanghebbende recht heeft op de gevraagde teruggaaf omzetbelasting van € 10.377. Tevens werden de proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Belanghebbende en [E] BV worden als één ondernemer aangemerkt en belanghebbende krijgt teruggaaf omzetbelasting van € 10.377.