Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te Arnhemvan 13 oktober 2011, nr. 10/2768, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende exploiteert een energie-installatie in een woon/winkelcentrum en levert warmte, koude, elektriciteit en gekoeld water aan de exploitanten van winkels en bewoners. Belanghebbende is onderdeel van een groep van drie vennootschappen die onder een holding vallen. De Inspecteur had de fiscale eenheid erkend voor de holding en twee dochtervennootschappen, maar niet voor belanghebbende.
De Rechtbank Arnhem oordeelde dat belanghebbende wel organisatorisch en financieel, maar niet economisch voldoende verweven was met de andere vennootschappen. De Hoge Raad stelt echter dat ook onderlinge prestaties tussen deze vennootschappen en de gezamenlijke exploitatie van panden en installaties voldoende economische verwevenheid vormen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur, en kent belanghebbende een teruggaaf van omzetbelasting toe. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend. Hiermee wordt bevestigd dat een fiscale eenheid ook kan bestaan bij onderlinge prestaties tegen vergoeding binnen een groep, mits sprake is van nauwe organisatorische, financiële en economische verwevenheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en kent belanghebbende teruggaaf van omzetbelasting toe wegens fiscale eenheid.