ECLI:NL:GHARL:2017:10169
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring voor recht in effectenleasezaak wegens mogelijke vordering advisering tussenpersoon
In deze civiele zaak vordert Dexia Nederland B.V. een verklaring voor recht dat zij niets meer verschuldigd is aan geïntimeerde in verband met een effectenleaseovereenkomst. De kantonrechter wees deze vordering af, en Dexia ging in hoger beroep.
Het hof overweegt dat Dexia voldoende belang heeft bij haar vordering en geen misbruik van bevoegdheid maakt. Echter, geïntimeerde kan mogelijk nog vorderingen instellen wegens advisering door een tussenpersoon zonder vergunning, buitengerechtelijke kosten, onjuiste afrekenkoersen en een boete bij tussentijdse beëindiging. Daarom kan de verklaring voor recht niet worden toegewezen.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde geen vordering meer heeft over het niet aankopen van aandelen door Dexia, gelet op eerdere uitspraken van het Hof Amsterdam en de Hoge Raad. Ook is geen sprake van ongeoorloofd vertragingsgedrag door geïntimeerde.
De kosten van het hoger beroep worden aan Dexia opgelegd. Het arrest van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de verklaring voor recht af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.