Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Amsterdam(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een bv die een fiscale eenheid vormt met dochtervennootschappen, kreeg voor de jaren 2012 en 2013 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd met daarbij verzuimboeten vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften. De persoonlijke domeinen voor elektronische aangifte waren geblokkeerd wegens langdurig inactiviteit. Belanghebbende stelde dat de blokkering het indienen onmogelijk maakte en dat de Inspecteur de bewijslast onterecht had omgekeerd en verzwaard.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had gedaan om de blokkering op te heffen, ondanks waarschuwingen en verwijzingen naar de BelastingTelefoon. De Inspecteur had de aanslagen naar redelijke schattingen vastgesteld op basis van eerdere aangiften. De omkering en verzwaring van de bewijslast was terecht toegepast. Wel matigde het Hof de verzuimboete voor 2013 met 50% vanwege het uitblijven van reactie van de Inspecteur op een brief van belanghebbende.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete over 2013 betrof en ongegrond voor het overige. De proceskosten werden aan belanghebbende toegekend en het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt het belang van actieve zorgplicht van belastingplichtigen bij elektronische aangifte en de redelijkheid van de Inspecteur bij schattingsaanslagen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de verzuimboete 2013 met matiging, en voor het overige ongegrond bevestigd.