Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[bedrijf 1],
verzoeker in hoger beroep,
[bedrijf 2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is de bewindvoerder door de kantonrechter ontslagen vanwege gewichtige redenen, waaronder het onjuist in rekening brengen van kosten voor het opmaken en indienen van aangiften inkomstenbelasting, welke werkzaamheden onder de normale forfaitaire beloning vallen.
De bewindvoerder stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het ontslag onterecht was en verzocht het hof hem in functie te houden. Het hof oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks dat het betrekking had op meerdere zaken, omdat er voldoende samenhang bestond.
Het hof bevestigde het oordeel van de kantonrechter dat het handelen van de bewindvoerder een gewichtige reden vormde voor ontslag. De bewindvoerder had onvoldoende inzicht getoond door de onjuiste beloning niet uit eigen beweging terug te betalen en erkende zijn fouten niet tijdens de zitting.
De overige aangevoerde gronden voor ontslag behoefden geen bespreking. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en wees het beroep af. De Staat der Nederlanden werd niet veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de bewindvoerder wegens onjuiste kostenberekening en wijst het beroep af.