Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
NJ2000/22). Naar het oordeel van het hof kan de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad niet worden beschouwd als een wijziging van omstandigheden als bedoeld in artikel 1:401 lid 1 BW Pro. Ingevolge dit artikellid moet het immers om een wijziging van de omstandigheden van feitelijke aard gaan. Nu door de vrouw geen andere grond is aangevoerd voor wijziging op grond van art. 1:401 lid 1 BW Pro is het hof met de rechtbank van oordeel dat alleen de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 onvoldoende is om te komen tot een wijziging van de kinderalimentatie. Grief 1 faalt.