ECLI:NL:GHARL:2019:1043
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatige daad en schadevergoeding wegens fout bij btw-afwikkeling faillissement
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [Geïntimeerde] onrechtmatig had gehandeld door een fout te maken bij de btw-afwikkeling in het faillissement van [Firma 1]. Het hof bevestigde de eerdere bevindingen in het tussenarrest dat sprake was van een toerekenbare fout die schade heeft veroorzaakt aan [Appellant].
Het geschil betrof met name de omvang van de schadevergoeding. Het hof begrootte de schade uit hoofde van de fout op €2.854,58, vermeerderd met wettelijke rente vanaf juli 2003. Daarnaast werd de vordering voor advocaatkosten betwist vanwege onvoldoende onderbouwing en causaal verband. Het hof schatte deze schade op €3.000,00 voor de relevante periode tot mei 2003 en kende hierover rente toe vanaf de dagvaarding in 2014.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door [Geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de genoemde bedragen met rente. De proceskosten werden in beide instanties gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €5.854,58 met wettelijke rente en proceskosten worden gecompenseerd.