ECLI:NL:GHARL:2019:4940

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
11 juni 2019
Zaaknummer
200.235.422/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
6 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in erfrechtelijke zaak over testament en wilsbekwaamheid

In deze civiele zaak in hoger beroep staat de geldigheid van een testament en de wilsbekwaamheid van de erflater centraal. De appellanten, die in eerste aanleg als eisers optraden, zijn in hoger beroep gekomen tegen de geïntimeerden. Het geding in eerste aanleg werd behandeld door de kantonrechter te Zutphen met vonnissen van november 2016 en oktober 2017.

Het hof heeft de procedure in hoger beroep bestudeerd aan de hand van de dagvaarding, memorie van grieven en memorie van antwoord. Gezien de complexiteit van de zaak en het belang van het verkrijgen van nadere informatie, heeft het hof besloten een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Dit heeft tot doel het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling.

De comparitie is gepland op 16 juli 2019 in Arnhem. Partijen en hun advocaten worden verplicht te verschijnen, waarbij zij elk maximaal tien minuten spreektijd krijgen om hun standpunten toe te lichten. Tevens zijn er strikte termijnen gesteld voor het aanleveren van processtukken en producties. De verdere beslissing in de zaak wordt aangehouden tot na deze comparitie.

Uitkomst: Het gerechtshof gelast een meervoudige comparitie en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.235.422
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 305773)
arrest van 11 juni 2019
in de zaak van

1.[appellante1] ,

wonende te [woonplaats1] ,
2.
[appellante2],
wonende te [woonplaats2] ,
appellanten,
in eerste aanleg: eisers,
hierna: [appellanten] ,
advocaat: mr. T.H.I.M. Pierik,
tegen

1.[geïntimeerde1] ,

wonende te [woonplaats3] ,
advocaat: mr. A.J.C.M. van Acht,
2.
[geïntimeerde2],
wonende te [woonplaats3] ,
advocaat: mr. A.J.C.M. van Acht,
3.
[geïntimeerde3],
wonende te [woonplaats4] ,
advocaat: mr. A.J.C.M. van Acht,
4.
[geïntimeerde4],
wonende te [woonplaats5] ,
5.
[geïntimeerde5],
wonende te [woonplaats6] ,
6.
[geïntimeerde6],
wonende te [woonplaats7] ,
7.
[geïntimeerde7],
wonende te [woonplaats7] ,
8.
[geïntimeerde8],
wonende te [woonplaats1] ,
9.
[geïntimeerde9],
wonende te [woonplaats8] ,
10.
[geïntimeerde10],
wonende te [woonplaats9] ,
11.
[geïntimeerde11],
wonende te [woonplaats7] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [geïntimeerden]

1.Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
2 november 2016 en 4 oktober 2017 die de kantonrechter (rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen) heeft gewezen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 22 december 2017,
- de memorie van grieven (met producties),
- de memorie van antwoord (met productie).

3.De beoordeling

3.1
Het hof ziet aanleiding een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling.
3.2
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
bepaalt dat partijen samen met hun advocaten zullen verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof;
bepaalt dat de zitting zal worden gehouden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat
2-4 te Arnhem op
16 juli 2019 om 14.00 uur;
bepaalt dat ingeval (één van de) partijen verhinderd is/zijn op voormelde zittingsdag, aan de hand van verhinderdata een nieuwe datum zal worden gepland, mits de partij die om een andere datum verzoekt binnen 14 dagen na dagtekening van dit arrest door middel van een H7-formulier de verhinderdata van beide partijen doorgeeft over de periode vanaf juli 2019 tot en met december 2019;
bepaalt dat advocaten bij deze comparitie elk gedurende maximaal tien minuten, aan de hand van maximaal twee A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten;
bepaalt dat [geïntimeerden]
uiterlijk twee wekenvoor de te houden comparitie het volledige procesdossier in viervoud ter griffie van het hof dient over te leggen;
bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof (
in vijfvoud) en de wederpartij
uiterlijk twee wekenvoor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.H.H.A. Moes, R. Prakke-Nieuwenhuizen en
M.H.F. van Vugt en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2019.