Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had in eerste aanleg een naheffingsaanslag omzetbelasting ontvangen over de verkoop van twee percelen grond, inclusief belastingrente en een boete. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof oordeelde dat belanghebbende recht heeft op herziening van de voorbelasting in het jaar van ingebruikneming van de onroerende zaken, conform artikel 15, vierde lid, Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn. De naheffingsaanslag was te hoog vastgesteld omdat de percelen pas bij verkoop in gebruik zijn genomen. Het hof verminderde de aanslag en de boete dienovereenkomstig.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond, waarbij het standpunt van belanghebbende werd gevolgd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.