Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de gemeente
Barneveld(hierna: de heffingsambtenaar)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
7 nov
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was gebruiker van een woning in 2017 en kreeg een aanslag forensenbelasting opgelegd. Na ontvangst van de aanslag en een betalingsherinnering nam belanghebbende contact op met gemeenteambtenaren en kreeg de indruk dat de aanslag zou worden vernietigd. Desondanks werd de aanslag gehandhaafd en werd het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde belanghebbende dat het bezwaar terecht ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof constateerde echter dat de uitspraak van de rechtbank niet voldeed aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor deze uitspraak werd vernietigd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende na ontvangst van de betalingsherinnering en het verzoek van de gemeente om contact op te nemen, duidelijk had moeten zijn dat de aanslag niet was vernietigd. Het bezwaar was pas maanden later ingediend, wat niet spoedig genoeg was. Daarom was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof verklaarde het beroep bij de rechtbank ongegrond en wees de proceskosten toe aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond wegens procedureel gebrek, maar het bezwaar tegen de forensenbelasting wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.