ECLI:NL:CRVB:2005:AT5793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens ontbrekende rechterhandtekening en afwijzing overige schadevergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin zijn bezwaar tegen een besluit van de gemeente Rotterdam was afgewezen. De Raad constateerde dat de uitspraak van de rechtbank niet was ondertekend door de rechter die de zaak behandelde, wat in strijd is met artikel 8:77, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor werd de uitspraak vernietigd.
De Raad oordeelde vervolgens inhoudelijk over de door appellant gevorderde schadevergoeding. Vast stond dat de besluiten van 15 december 1993 en 21 juni 1994 onrechtmatig waren, en dat de gemeente aansprakelijk was voor de schade die appellant daardoor had geleden. De wettelijke rente over de vertraagde betaling was reeds toegekend en aanvaard door appellant.
Andere schadeposten, zoals belastingschade, schade door late aanmelding bij het ziekenfonds, te late uitbetaling van huursubsidie, en immateriële schade, werden door de Raad afgewezen. De gemeente had aannemelijk gemaakt dat appellant geen nadeel had ondervonden van de belastingschade, en de overige schade was onvoldoende onderbouwd of stond niet in verband met de onrechtmatige besluiten.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens ontbrekende rechterhandtekening en het beroep wordt inhoudelijk ongegrond verklaard.