Belanghebbende, een in Nederland wonende DJ en directeur van twee Nederlandse vennootschappen, betwist de afwijzing van zijn verzoek tot verrekening van buitenlandse bronbelasting geheven over optredens in het buitenland. De belasting is deels geheven bij zijn vennootschap [C] B.V., die optredens buiten de VS verzorgt, en deels bij [D] voor optredens in de VS.
De kern van het geschil betreft de vraag of belanghebbende de buitenlandse bronbelasting die ten laste van [C] is geheven, mag verrekenen met zijn inkomstenbelasting. Het hof stelt vast dat de relevante belastingverdragen het artiesten- en sportersartikel bevatten, dat het heffingsrecht toekent aan de staat waar de optredens plaatsvinden, zowel voor de artiest als voor de vennootschap. Het hof oordeelt dat de verrekening van buitenlandse belasting persoonlijk is en toekomt aan de belastingplichtige op wiens naam de belasting is geheven, in dit geval [C].
Belanghebbende kan deze belasting niet verrekenen met zijn eigen inkomstenbelasting omdat de verdragen geen overdracht van verrekeningsrechten aan andere belastingplichtigen toestaan. Ook het beroep op het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 voor niet-verdragslanden, zoals Chili, leidt niet tot een ander resultaat. Het hof wijst wel een voortwentelingsbeschikking toe voor een bedrag van €14 dat nog moet worden vastgesteld.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.