ECLI:NL:HR:2007:AU3578
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingvermindering voor sporter op grond van artiesten- en sportersartikel
Belanghebbende, een internationaal topsporter in de langebaanschaatsport, kreeg voor 1999 een aanslag opgelegd zonder vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees de vermindering af, omdat het basissalaris niet specifiek aan persoonlijke sportprestaties zou zijn toe te rekenen.
De Hoge Raad oordeelt dat het artiesten- en sportersartikel (artikel 17 OESO Pro-modelverdrag) een beperkte uitleg vereist, maar dat onder bepaalde omstandigheden het basissalaris wel kan worden toegerekend aan persoonlijke werkzaamheden van de sporter. Dit hangt af van de bedoeling van partijen bij de arbeidsovereenkomst en de verplichtingen tot deelname aan wedstrijden in het buitenland.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de uitspraak van de inspecteur, en stelt vast dat belanghebbende recht heeft op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting van ƒ 2240. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen aan de Staat en de Inspecteur.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het artiesten- en sportersartikel op basissalarissen en benadrukt dat persoonlijke werkzaamheden ook trainings- en reisactiviteiten omvatten, mits deze in dezelfde staat plaatsvinden als het optreden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd met een belastingvermindering ter voorkoming van dubbele belasting van ƒ 2240.