Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
termijnen/
inleg
4.Het geschil en de beslissing bij de rechtbank
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
“Wij hadden toen een hoge hypotheekrente die niet te veranderen viel. Het overleg met [de medewerker van NBG Finance] leidde tot een andere hypotheek met een andere hypotheekrente. Maar er gebeurde meer. De woningmarkt was toen vrij goed en in het gesprek kwam aan de orde dat wij een deel van de overwaarde konden opnemen. Dit zou dan vrij besteed kunnen worden, maar we hebben het in een polis gestopt. Dat was het Capital Effect van de Bank Labouchere (…). De reden om op dat moment de overwaarde op te nemen was dat we een andere hypotheek gingen afsluiten en hierdoor maar een keer naar de notaris hoefden. Dat bespaarde ons notariskosten. De overwaarde kon worden weggezet op je bankboekje, zodat we die voor allerlei dingen konden gebruiken, of worden gebruikt voor het product van Labouchere. Dat was onze keuze zoals [de medewerker van NBG Finance] die voorlegde (…).”Na het gesprek werd een financieel plan opgesteld en aan [appellant] toegezonden. In het financieel plan (overgelegd bij conclusie van antwoord als productie B) met de aanhef “Hypotheek voorstel fam. [appellant] ” is onder het kopje “wensen” opgenomen: i. goedkopere hypotheekvorm, ii. vermogen opbouwen voor huis en iii. mogelijkheden van gebruik overwaarde. In het plan wordt het voorstel gedaan om de lopende annuïteitenhypotheek om te zetten in een aflossingsvrije hypotheek en om met een levensverzekering in 20 jaar tijd vermogen op te bouwen ter aflossing van de hypotheek. Daarnaast wordt in het plan vermeld:
Hij [toevoeging hof: [de medewerker van NBG Finance] ] was aanwezig bij het afsluiten van de overeenkomst. Wat ik daar ondertekende heb ik gedeeltelijk gelezen. Ik herinner mij dat ik de voorkant gelezen heb, de vier verschillende producten en het geldbedrag heb gezien en onze handtekeningen heb zien staan. Ik begreep dat er kosten aan de door [de medewerker van NBG Finance] voorgestelde overeenkomst waren verbonden. De risicospreiding kwam ter sprake omdat wij niet zo overtuigd waren om zo'n product te nemen. Wij zijn sceptisch over beleggen omdat het geen zekerheid is. Ik was ermee bekend dat aandelen in waarde kunnen dalen.”
(..)
“De niet-aansprakelijkheid van Dexia voor gedragingen van tussenpersonen”waarin onder meer (onder 1.5 en 5.1) wordt vermeld:
“De werkzaamheden van de tussenpersoon zijn zelden beperkt gebleven tot de werkzaamheden van een cliëntenremisier in strikte zin, namelijk tot het aanbrengen van een cliënt bij een effecteninstelling. Doorgaans is er daarnaast sprake geweest van het geven van beleggingsadvies.(..)Hierboven is aan de orde geweest dat de tussenpersonen die hebben bemiddeld ter zake van effectenleaseproducten in de praktijk doorgaans ook hebben gefungeerd als beleggingsadviseur van de desbetreffende lessee.”f. de website van NBG Finance, zoals deze luidde op 23 oktober 1999, waarin werd vermeld:
“Werkwijze
6.De slotsom
- explootkosten € 97,31
313,00
7.De beslissing
- Een bedrag van € 7.854,88, te vermeerderenmet de wettelijke rente telkens vanaf de datum waarop de resterende termijnen daadwerkelijk aan Dexia zijn voldaan tot aan de dag van algehele voldoening;
- Een bedrag van € 305,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.138,60 vanaf 14 februari 2005 tot aan 18 januari 2012 en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 305,39 vanaf 18 januari 2012 tot aan de dag van algehele voldoening;