Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
8 september 2017 en 12 januari 2018, die de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, heeft gewezen.
2.Het geding in hoger beroep
- het anticipatie-exploot van 13 maart 2018,
- een antwoordakte van Dexia.
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5. De motivering van de beslissing in hoger beroep
De producten worden uitsluitend aangeboden via onafhankelijke, gespecialiseerde financiële adviseurs in ons land. Hun kwaliteit en kennis van zaken garandeert hun cliënten een met zorg omkleed, persoonlijk advies. Door training en begeleiding van de financiële adviseurs houden de accountmanagers van Labouchere Beleggingsproducten hen uitvoerig op de hoogte van de verschillende producten.”
uitsluitendaanbood via financiële adviseurs. Zij trainde en begeleidde deze adviseurs. SpaarSelect (de cliëntenremisier in deze zaak) heeft destijds verklaard (ook op haar website) dat zij werkte met het concept van een persoonlijke financiële planning. Dat is een advies in voornoemde zin. Op grond van deze omstandigheden is het hof van oordeel dat Dexia zich bewust moet zijn geweest van het mede door haar zelf gecreëerde risico dat als een aanvraag voor een effectenleaseovereenkomst afkomstig was van een adviseur van SpaarSelect de afnemer daarover door die adviseur persoonlijk was geadviseerd. Vanwege het op Dexia rustende verbod van artikel 41 NR Pro 1999 had het daarom op de weg van Dexia gelegen om dit te onderzoeken en te verifiëren of inderdaad een dergelijk advies was verstrekt, waarna zij – indien dat het geval was – het contract had moeten weigeren. Het hof is dan ook van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden – wanneer vast komt te staan dat een advies is verstrekt en behoudens tegenbewijs – aan het wetenschapsvereiste zoals dat is geformuleerd in de arresten van de Hoge Raad van 2 september 2016 is voldaan. [23]
6.De beslissing
uitsluitendbewijs door bewijsstukken wenst te leveren, hij die stukken op de
roldatum 7 januari 2020in het geding dient te brengen;
beidepartijen, van hun advocaten en van de getuigen zal/zullen opgeven op de
roldatum 7 januari 2020waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;