Belanghebbende kocht een gebruikte Volkswagen Up! in Duitsland en betaalde bij registratie in Nederland BPM op basis van de koerslijst AutotelexPro met een handelsinkoopwaarde van €5.226. De Inspecteur weigerde vermindering van de BPM ondanks bezwaar en beroep. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de BPM verminderd moest worden tot een bedrag gebaseerd op een lagere handelsinkoopwaarde van €4.692 volgens dezelfde koerslijst.
Het Hof oordeelde dat het vooraf heffen van griffierechten niet in strijd is met het Unierecht en dat de hoorplicht niet is geschonden omdat belanghebbende en zijn gemachtigde niet op de uitnodigingen voor hoorgesprekken ingingen. De betaling van BPM voorafgaand aan tenaamstelling is toegestaan en niet discriminerend. De bewijslast voor vermindering van BPM rust op belanghebbende, die aannemelijk maakte dat de handelsinkoopwaarde €4.692 bedraagt.
Het Hof vermindert daarom de verschuldigde BPM tot €741, wat betekent dat belanghebbende €85 teveel heeft betaald. Verzoeken om rentevergoeding over de terugbetaling en griffierecht worden deels toegewezen; rente over de griffierechten wordt wel toegekend. Het Hof wijst een proceskostenvergoeding toe voor het hoger beroep van €1.068, maar niet voor bezwaar en beroep. Een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen vanwege de coronapandemie en tijdige uitspraak.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar, verklaart het beroep gegrond, vermindert de BPM, veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en wijst rentevergoeding toe over deze vergoedingen.