Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
1.[geïntimeerde1] ,2. [geïntimeerde2]
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing bij de rechtbank
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- het handelen van [naam1] als orderremisier.
tijdelijkeprodukt van Labouchere, het zogeheten
Profit Effect.
Tot een gem. koersstijging van 6,2 % wordt in staffels korting op de dan resterende maandtermijnen verleend ( zie brochure ).
Is de gem. koersstijging
méér dan 6,2% geweest dan hoeft vanaf het 3e jaar
nietsmeer betaald te worden terwijl u wel dividenden over het aandelenpakket blijft ontvangen.
Bijvoorbeeld uit de verkoopopbrengst van een bestaand produkt.U krijgt dan namelijk een korting van 10% en bovendien kunt u het deel vooruitbetaalde rente wat betrekking heeft op het jaar 2000 (…) nog aftrekken.
Aangezien het dividend wel uitgekeerd blijft worden en vanaf 2001 ook belastingvrij is wordt geleidelijk de inleg van de eerste 3 jaar terugontvangen terwijl bij verkoop van de aandelen de opbrengst ook nog eens belastingvrij voor u is.
Met (een deel van) de opbrengst kunt u een vooruitbetaling doen op het Profit Effect en ook nog wat geld overhouden.
U kunt nml. óók bij het Profit Effect voortijdig stoppen en dat natuurlijk op het moment dat er genoeg winst in zit, net als nu bij uw Security Effect.
Het leuke van Effectenlease is nu dat de aflossing voor het aankoopbedrag van het geleasde pakket aandelen op einddatum op dit vermogen in mindering wordt gebracht. Men moet al een flink pakket leasen wil men boven deze vrijstelling uitkomen. Daarbij kan men besluiten om op het moment dat het tegoed deze Fl. 75.000, = te ver overstijgt het pakket eenvoudigweg te laten verkopen. Aan de andere kant kan ook de stelling worden verdedigd dat wanneer het pakket aandelen bijvoorbeeld 10% per jaar in waarde toeneemt het niet zo erg is om over een stukje overwaarde 1,2 % te betalen.
Dat dit de afgelopen jaren meer is geweest spreekt voor zich maar ook toendertijd is u een berekening verstrekt van rond de 12%. Uiteindelijk is het veel meer geworden”.
Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde1] c.s. dan ook onvoldoende concreet onderbouwd dat hij destijds is geadviseerd in de zin van de bedoelde rechtspraak van de Hoge Raad.