Deze zaak betreft een hoger beroep van Dexia Nederland B.V. tegen een vonnis van de kantonrechter waarin Dexia werd veroordeeld tot een hogere vergoeding wegens een onjuist advies door tussenpersoon Spaar Select.
Het hof bevestigt dat Dexia voldoende belang heeft bij haar vordering en dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid of strijd met het EVRM. De verjaring en klachtplicht van geïntimeerde worden verworpen vanwege tijdige stuiting van de vordering.
Het hof oordeelt dat het beroep op de billijkheidscorrectie faalt omdat Spaar Select niet als vergunninghoudende cliëntenremisier heeft geadviseerd en geen specifiek op geïntimeerde toegesneden advies heeft gegeven. Ook andere aansprakelijkheidsgronden, zoals op grond van artikelen 6:76, 6:171 en 6:172 BW, en het certificaataspect, worden verworpen.
De overeenkomst is met een gering positief resultaat beëindigd, waardoor Dexia niets meer verschuldigd is. De kosten van procedure en nakosten worden aan geïntimeerde opgelegd.
Het arrest vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van geïntimeerde af, met volledige proceskostenveroordeling.