Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing van de rechtbank
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 1.684,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van appellante centraal in verband met aan- en verkoop van paarden en het beheer van een bankrekening waarop zij een volmacht had. Geïntimeerde vordert onder meer schadevergoeding en schriftelijke verantwoording over de bankrekening.
De rechtbank had appellante en haar partner hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en beslagkosten, maar het hof vernietigt dit oordeel. Het hof stelt vast dat appellante geen contractspartij is en ook niet samen met haar partner een onderneming drijft. De vorderingen die hierop gebaseerd zijn, worden afgewezen.
Wel wordt appellante veroordeeld om binnen 30 dagen schriftelijk rekening en verantwoording af te leggen over het gebruik van de bankrekening, met een dwangsom voor het geval van nalatigheid. Er is onvoldoende bewijs dat appellante onzorgvuldig of onrechtmatig heeft gehandeld, zodat een voorschot op schadevergoeding en een verwijzing naar de schadestaat worden afgewezen.
De kosten van het principaal hoger beroep worden aan geïntimeerde opgelegd, terwijl de kosten van het incidenteel hoger beroep worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellante wordt veroordeeld tot schriftelijke rekening en verantwoording over het gebruik van de bankrekening, overige vorderingen worden afgewezen.