Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.Kern van de zaak en de beslissing
3.Het oordeel van het hof
Inleiding
4.De beslissing
17 november 2021;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De maatschap vorderde ontbinding van de pachtovereenkomst met de pachter wegens vermeende wanbetaling, onderverpachting en onvoldoende onderhoud. De pachtkamer wees deze vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De pachter exploiteert een traditioneel akkerbouwbedrijf op bijna 43 hectare grond. De maatschap stelde dat de pachter het gepachte deels onderverpacht zonder toestemming, maar het hof vond het aangeleverde bewijs onvoldoende overtuigend. Getuigenverklaringen en financiële stukken toonden geen onderverpachting aan, ondanks enkele administratieve onregelmatigheden.
Ook de stelling dat de pachter niet bedrijfsmatig zou zijn, werd verworpen. De pachter heeft een positief saldo en een consistent bouwplan. Incidentele te late betalingen werden niet als voldoende reden voor ontbinding gezien. Andere verwijten, zoals het aanleggen van een zoetwaterbron zonder toestemming, werden niet bewezen. De maatschap werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De pachtovereenkomst blijft in stand en de ontbindingsvorderingen worden afgewezen.