Uitspraak
1.[geïntimeerde1]
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
- de advocaat van de belastingdienst heeft bij rolbericht van 19 juli 2023 de producties 25 en 26 overgelegd;
- bij brief van 20 juli 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerden] enkele verzoeken gedaan, waarop het hof via de griffie heeft laten weten deze verzoeken op de mondelinge behandeling te bespreken;
- bij brief van 26 juli 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerden] een nader verzoek gedaan;
- bij rolbericht van 1 augustus 2023 heeft de belastingdienst productie 27 overgelegd;
- bij rolbericht van 8 augustus 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerden] de producties 18 tot en met 39 in het geding gebracht.
2.De kern van de zaak en wat eraan voorafging
3.Het oordeel van het hof
1. Ieder is gehouden desgevraagd aan de inspecteur:
“Claros Foundation was de stichting waar ik verantwoordelijk voor was. Het geld daarvan heb ik tijdelijk gestald op de rekening van (…) [geïntimeerde1] en het geld is vervolgens doorgestort naar de door mij opgegeven rekening(en).”
“commissie ontvangsten agenturen uit Turkije”met verwijzing naar bankafschriften en opgemerkt
“Betreft inkomstenprovisie en uitgaven aan textielinvestering”, verder vermeld
“Claros waren geen inkomsten”,opgegeven dat de inkomsten
“Voornamelijk consumptief(zijn, hof)
besteed aan vakanties, lunches, diners, kleding, horloges etc.”,vermeld geen erfenissen noch schenkingen te hebben ontvangen en verduidelijkt
“Claros Foundation is geld geparkeerd en teruggestort aan de heer [naam1] ”.
“Ik heb geen buitenlands vermogen, dit gaat over een kwestie van mijn voormalig echtgenoot, dat is bekend bij de fiscus.”
niet juist heb geïnformeerd. (...)
“opnames/bestedingen”en
“identificatie bankrekening/tweede paspoort”.
“zwart geld”. De verklaring van [naam1] is in 2016 op verzoek van [geïntimeerde1] afgelegd, omdat [geïntimeerde1] zich na ontvangst van de eerste vragenbrief van de belastingdienst realiseerde dat hij later mogelijk over de UBS-rekening zou moeten verklaren en hij wilde voorkomen dat hij in bewijsnood zou komen. [17]
4.De beslissing
2) de transacties van omstreeks € 116.000 met Turkse bankinstellingen die verband zouden houden met zijn textielhandel en de door hem beweerde investeringen in Turkse textielbedrijven