Uitspraak
1.De procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
voor zover nodig, ook tot het bewijs van de
gesteldemede-eigendom zal
kunnenworden toegelaten (vgl. arrest Hoge Raad r.o. 3.5, cursivering toegevoegd), er op wijst dat om te beginnen het meest verstrekkende verweer van [geïntimeerde] bij de gestelde mede-eigendom, het beroep op rechtsverwerking, weer voorligt. Daar sluit op aan dat [appellant] met zijn tweede grief uitdrukkelijk het geschil in volle omvang ter beoordeling in hoger beroep heeft voorgelegd.