De heffingsambtenaar van de gemeente Hellendoorn stelde de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende per 1 januari 2021 vast op €266.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde beroep in bij de rechtbank Overijssel, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd het geschil over de WOZ-waarde voortgezet. Tijdens de digitale zitting op 18 juli 2024 werd een compromis bereikt waarbij de heffingsambtenaar akkoord ging met een verlaging van de WOZ-waarde naar €250.000. Belanghebbende accepteerde dit voorstel schriftelijk, inclusief een vergoeding van €3.809 voor proceskosten en griffierechten.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, stelde de WOZ-waarde vast op €250.000 en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar verplicht de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd op 17 september 2024 in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.M.W. van de Sande.