Uitspraak
1.Universiteit Utrecht Holding B.V.
1.Universiteit Utrecht Holding B.V.
1.Het verloop van de procedures in hoger beroep
2.De kern van beide zaken
3.De vaststaande feiten
4.De geschillen bij en de beslissingen van de voorzieningenrechter
en het geschil in hoger beroep
5.Het oordeel van het hof
De verder vaststaande feiten
‘onze’investeringen, waarover hij zich graag eens liet bijpraten door de directie. In de dagen daarna spraken [naam4] , [appellant2] en [naam5] af elkaar enkele weken later te treffen in Utrecht.
Kan het gekker?’. [naam4] reageerde hierop aan [appellant2] met [naam5] in cc:
de verwijten
(indirect) persoonlijk belang [appellant2] en Uniper
Tegenstrijdig belang
Geen (volledige) transparantie over persoonlijk belang
‘verhuizing’van Nodens, waarover [naam5] schreef dat die verhuizing bedoeld was om ‘het verband (uit het verleden) met de UU minder duidelijk te laten zijn’ en de reacties daarop van [appellant2] en [naam4] (ro. 5.35). De e-mail van [naam5] van 12 januari 2022 met de uitdrukkelijke instructie die e-mail weg te gooien (ro. 5.38). De daarvoor door [appellant2] tijdens de mondelinge behandeling bij het hof gegeven verklaring overtuigt het hof niet.
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar; geen verjaring
De verder vaststaande feiten
doen, maar zijn keuze is niet van invloed op jouw acceptatie, alleen op het uiteindelijke percentage.
Ik wil graag eerst jou reactie, alvorens ik [naam13] en [naam6] ook deze tekst en voorstel stuur. (…)’.
‘Als je later tijd hebt om hem te adviseren lijkt me het meest logische dat de Holding daar een factuur voor stuurt. Stel voor dat we het rond de komende vergadering bespreken.’
de verwijten
Persoonlijk belang [appellant2]
Tegenstrijdig belang
Geen (volledige) transparantie over persoonlijk belang
meelezende buitenwacht’ minder goed een verband kon leggen tussen de waardering van de inkoop en verkoop (ro. 5.70). Van volledige transparantie door [appellant2] over (de chronologie van) de gang van zaken rondom zijn instap in GenDx (Groep) was dus ook geen sprake. De verklaringen van [appellant2] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, over het afhouden van [naam15] in december 2017, het niet reageren op zijn e-mails uit die maand, omdat het ‘niet het moment’ en ‘niet handig’ was en hij er ‘toen’ ‘niks mee heeft gedaan’ doen hieraan niet af. Feit blijft, zoals [appellant2] ook heeft verklaard, dat hij de informatie over zijn voorgestelde deelname toen niet met de RvC heeft gedeeld. En na het voorstel van [naam15] in maart 2018 is hij daarover ook niet open geweest.
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar; klachtplicht niet van toepassing
De verder vaststaande feiten
‘TS[term sheet; hof]
en Gadeta organisatie going forward’, waarop [appellant2] met
’12.00 OK’reageerde.
De verwijten
(Indirect) persoonlijk belang
Tegenstrijdig belang
Geen transparantie over (o.a.) persoonlijk belang
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
De verwijten
Persoonlijk belang
Tegenstrijdig belang
Geen transparantie
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
‘Nieuwe BV initiatieven’:
‘Pangenetics TWEE/Sea Otter (bijlage 5, BESLUIT)’; in die bijlage lijkt een voorstel opgenomen voor een investering van Utrecht Holdings in Sea Otter. In een concept overeenkomst van februari 2011 tussen Nodens als leninggever, Sea Otter als leningnemer, DBBC als aandeelhouder en [naam3] als borg is sprake van een door Nodens te verstrekken converteerbare lening aan Sea Otter zodat Sea Otter zou kunnen investeren in PanGenetics. Daarbij is ook een uitruil beoogd – en verwezenlijkt; zie ro. 5.24 – waarbij UUH alle door [naam3] gehouden aandelen in Nodens verkreeg. Op 8 februari 2011 spraken [appellant2] namens Nodens via UUH en [naam3] namens Sea Otter via DBBC over een door Nodens aan Sea Otter te verstrekken converteerbare lening, zodat Sea Otter zou kunnen deelnemen in de vennootschap PanGenetics waarin ook Nodens investeerde. Naast Hereswint was toen ook UUH nog aandeelhouder in Nodens.
De verwijten
(indirect) persoonlijk, tegenstrijdig belang; geen transparantie;
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
De verwijten
(Indirect) persoonlijk en tegenstrijdig belang [appellant2] en Uniper; geen transparantie
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
De verwijten
indekken Laurentia’. [appellant2] heeft [naam22] na zijn vertrek ook nog geholpen met het beantwoorden van vragen in deze kwestie en er zijn stukken uitgewisseld, waartoe hij niet gerechtigd was op grond van de cao. In het licht van de verdere betrokkenheid van [naam22] , bij Sea Otter en bij correspondentie met betrekking tot het zeiljacht van [naam3] ‘ [naam2] ’ hebben Utrecht Holdings rechtmatig belang bij meer informatie met het oog op deze kwestie waarbij aannemelijk is dat van onverenigbare belangen sprake was. Het verweer van [appellant2] en Uniper wordt hierna besproken.
Persoonlijk, tegenstrijdig belang van [appellant2] , transparantie; schending art. 2:9 BW Pro (en positie Uniper)
indekken Laurentia’ bestaat. Daarnaast is er het gegeven dat [naam22] [appellant2] direct bij Laurentia wilde betrekken. Bij deze stand van zaken, mede bezien in het licht van de verdere feiten in deze zaak, waaronder de eerdere onrechtmatige handelingen van [appellant2] in verband met tegenstrijdige belangen, het latere contact van [appellant2] en [naam22] , hun samenwerking in Sea Otter en hun contacten die zijn gebleken in correspondentie met betrekking tot het jacht [naam2] , rijzen zoveel twijfels of het handelen van [appellant2] in alleen het belang van Utrecht Holdings was of dat daarmee ook een eigen, daarmee onverenigbaar belang werd gediend, dat voorshands voldoende aannemelijk is dat [appellant2] zich ook in deze kwestie niet heeft gedragen zoals een behoorlijk bestuurder betaamt, dat hem daarvan een persoonlijk, ernstig verwijt kan worden gemaakt en dat hij uit dien hoofde aansprakelijk is voor de mogelijke schade van UUH. [appellant2] en Uniper hebben tegen het oordeel van de rechtbank over de (grondslag van de) toewijsbaarheid van de vordering tegen ook Uniper op dit punt verder geen duidelijke grief gericht, zodat dit voor het hof verder een gegeven is.
Vordering inzage (art. 843a Rv) toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
‘geheel geen assets in de Company zitten’.Diezelfde dag heeft [appellant2] een aandeelhoudersbesluit ondertekend strekkend tot ontbinding van Simibio. De leningen van Utrecht Holdings aan Simibio zijn vervolgens afgewaardeerd, waarna Simibio op 1 oktober 2017 is ontbonden.
De verwijten
tzt liquideren’. [appellant2] heeft op de mondelinge behandeling in hoger beroep toegelicht dat hij met [naam1] al in 2016 tot de conclusie was gekomen dat het niets meer zou worden met Simibio en dat zij besloten [naam3] niet aan de garantstelling te houden: Utrecht Holdings deed veel zaken met hem en het was daarom ook niet in het belang van Utrecht Holdings dat te doen. Volgens [appellant2] is, zoals wel vaker bij een mislukte investering, besloten tot liquidatie van het bedrijf in plaats van het failliet laten gaan, waarbij alle investeerders hun verlies namen. Intern was de liquidatie eind 2016 al voorbereid, aldus [appellant2] , en om te kunnen liquideren had [naam3] iets op papier nodig (over de nog openstaande lening, zo begrijpt het hof) wat [appellant2] hem gaf door middel van de e-mail van 14 september 2017 (ro. 5.166). Op grond van dit alles zijn de aan [appellant2] verweten gedragen naar het voorlopig oordeel van het hof niet die van een onbehoorlijk bestuurder. Ook zijn geen andere grondslagen voor onrechtmatig handelen door [appellant2] en/of Uniper gesteld en voldoende aannemelijk gemaakt.
Vordering inzage (art. 843a Rv) niet toewijsbaar
De verder vaststaande feiten
De verwijten
Vordering inzage (art. 843a Rv) niet toewijsbaar