Uitspraak
[appellante]
de Staat
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant verrichtte werkzaamheden voor de Staat vanaf augustus 2020 met onderbrekingen, waaronder als zzp’er via Between Staffing Nederland B.V. en later in dienst bij de Belastingdienst met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vanaf maart 2023. De Staat zegde de overeenkomst aan tegen 13 juni 2024. Appellant stelde dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan op grond van de ketenregeling en dat de Staat als eigenrisicodrager re-integratieverplichtingen had die een contractverlenging vereisten.
De kantonrechter wees het verzoek van appellant af en oordeelde dat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan, omdat de werkzaamheden als zzp’er niet tot de ketenregeling konden worden gerekend en de tijdelijke arbeidsovereenkomst conform cao Rijk was toegestaan om geschiktheid te beoordelen. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de functie waarvoor appellant werd aangenomen wezenlijk anders was dan haar eerdere werkzaamheden.
Voorts oordeelt het hof dat de re-integratieverplichtingen van de Staat niet impliceren dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet worden aangeboden. Ook het beroep op publicaties op het platform ConnectPeople faalt, omdat deze niet als gevalideerde informatie gelden. Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtsgeldig is geëindigd.