ECLI:NL:GHARL:2025:5612

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
200.332.607/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 lid 4 RvArt. 353 RvArt. 1.12 Landelijk Procesreglement civiele zaken
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid Dexia in hoger beroep wegens niet tijdig indienen memorie van grieven

Dexia Nederland B.V. stelde hoger beroep in tegen vonnissen van de kantonrechter te Leeuwarden. Het hof stelde Dexia in de gelegenheid om een akte te nemen over de tijdigheid van haar memorie van grieven, maar Dexia maakte hiervan geen gebruik. Hierdoor verviel haar recht om de memorie van grieven in te dienen.

Volgens artikel 133 lid 4 Rv Pro en artikel 353 Rv Pro vervalt het recht om een proceshandeling te verrichten indien deze niet binnen de gestelde termijn is verricht en geen uitstel is verkregen. Het Landelijk Procesreglement civiele zaken bepaalt dat termijnen ambtshalve worden gehandhaafd.

Het hof oordeelde dat de vonnissen van de kantonrechter niet in strijd zijn met openbare orde en verklaarde Dexia niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Tevens werd Dexia veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder griffierecht en advocaatkosten van de wederpartij.

Uitkomst: Dexia wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven en veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.332.607
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, 9573022
arrest van 9 september 2025
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.
die is gevestigd in Amsterdam
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie
hierna: Dexia
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats1]
en bij de kantonrechter optrad als eiser in conventie en verweerder in reconventie
hierna (in mannelijk enkelvoud): de afnemer
advocaat: mr. J.B. Maliepaard

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Het hof heeft op 17 juni 2025 een tussenarrest gewezen, waarbij Dexia in de gelegenheid is gesteld om een akte te nemen ten aanzien van de vraag of zij tijdig een memorie van grieven heeft genomen. Die akte is niet genomen door Dexia. Op de rol van 1 juli 2025 is ambtshalve een akte van niet dienen verleend.

2.2. Het oordeel van het hof

2.1.
In artikel 133 lid 4 Rv Pro is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten. Op grond van artikel 353 Rv Pro is deze bepaling ook in hoger beroep van toepassing. In artikel 1.12 van het Landelijk Procesreglement voor civiele zaken bij de gerechtshoven is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden gehandhaafd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.
2.2.
Dexia heeft de memorie van grieven niet ingediend binnen de door het hof gestelde termijnen. De reguliere uitsteltermijnen voor het nemen van de memorie van grieven zijn verstreken en verder uitstel om klemmende redenen is niet verzocht. Het recht voor Dexia om een memorie van grieven te nemen is daarmee vervallen. In aanmerking nemend dat de vonnissen waarvan beroep niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hof Dexia niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep.
2.3.
Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de proceskosten in het hoger beroep veroordelen. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [1]

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de vonnissen die de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, op 30 augustus 2022 en 23 mei 2023 tussen partijen heeft uitgesproken;
3.2.
veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten van de afnemer:
€ 349,- aan griffierecht;
€ 607,- aan salaris van de advocaat van de afnemer (0,5 procespunt x appeltarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, M. Schoemaker en A.A.J. Smelt, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 september 2025.

Voetnoten

1.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.