Uitspraak
1.[appellant1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
“[de rechtsvoorganger van [appellant] , hof] staat af aan [de rechtsvoorganger van [geïntimeerde] , hof] een strook grond gelegen naast het perceel [nummer2] , eigendom van [de rechtsvoorganger van [geïntimeerde] , hof] met als meetpunt 2 meter vanaf de huidige grens aan de oostzijde van perceel [nummer2] recht naar de westgrens met als meetpunt de hoek van de huidige schutting, conform de bestaande feitelijke situatie (zie tekening)”
meetpunt west“hoek schutting” geschreven. Vanaf die pijl loopt een stippellijn naar de pijl onderin de tekening. Partijen zijn het erover eens dat die stippellijn aangeeft waar de partijen die de ruil aangingen de nieuwe grens wilden laten lopen en dat pal daarnaast zichtbare (doorgetrokken) lijn de oude kadastrale erfgrens weergeeft.
’s-Hertogenbosch uit een eerdere procedure tussen partijen. [3] Ook [geïntimeerde] heeft een grensvaststelling op grond van artikel 5:47 BW Pro gevorderd, dit in reconventie. Daarbij heeft [geïntimeerde] geen nadere suggesties of aanwijzingen gegeven over de loop van de grens.
de gehele overbouw van het bedrijfsgebouwwerd overgedragen. Dit sluit naar objectieve maatstaven niet uit dat er bovendien grond werd geleverd waar dat gebouw niet op stond. Dat er inderdaad méér grond is geleverd blijkt uit de situatietekening die onder 3.4 van dit arrest is afgebeeld en die aan de akte is gehecht. Daarop staat een bedrijfsgebouw afgebeeld, maar is de nieuwe erfgrens op enige afstand van dat gebouw ingetekend, min of meer parallel aan de oude erfgrens. De nieuwe grens loopt tussen de twee meetpunten waar partijen in de akte over spreken, en op de tekening is te zien dat de beide meetpunten op een aanzienlijke afstand ten oosten en te westen van het bedrijfsgebouw van [geïntimeerde] liggen. Hierop stuit de vordering van [appellant] af waarmee hij wil dat de nieuwe erfgrens precies om het bedrijfsgebouw van [geïntimeerde] wordt getrokken en voor het overige gelijkloopt aan de oude erfgrens.
Vanaf dat meetpunt aan de oostzijde loopt de grens 115 meter evenwijdig aan de oude kadastrale grens naar het meetpunt aan de westzijde. Het meetpunt aan de westzijde zal het hof ook vaststellen op 1,95 meter van de kadastrale grens. Dit maakt dat de breedte van de strook grond zodanig is dat de loods vanaf het perceel van [geïntimeerde] op eigen terrein van [geïntimeerde] bereikbaar blijft voor onderhoud. [appellant] heeft onvoldoende toegelicht dat er conform de partijbedoelingen geen sprake kan zijn van een pad of doorgang langs die loods. Verder heeft [appellant] onweersproken aangevoerd dat de feitelijke grens op dit moment op meer dan drie meter van de kadastrale grens ligt. De grensvaststelling door het hof betekent daarom dat [geïntimeerde] meer grond in gebruik heeft dan waarop hij recht heeft. Nadat het Kadaster de door het hof vastgestelde grens heeft uitgezet en gemarkeerd zal [geïntimeerde] dat deel van het perceel van [appellant] dienen te ontruimen.