Uitspraak
1.[geintimeerde1]
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Kunt u vaststellen dat in de woning op de volgende plaatsen overlast wordt ondervonden als gevolg van vocht:
op de betonnen plaat in de kruipruimte onder de woning;
op/in de kalkstenen muren van de fundering van de woning;
op en/of achter de plinten op de begane grond;
in de muur in de gang tussen de hal en het toilet?
op/in de buitenmuur van de bijkeuken (onder de carport).
Wat is of zijn de oorzaken van dit vocht? Kunt u vaststellen of het water/het vocht ook al medio 2016 aanwezig was? In hoeverre draagt aan de aanwezigheid van water bij dat de ventilatieroosters op of onder het maaiveld zijn aangebracht?
Kunnen de vochtproblemen tijdelijk of blijvend worden verholpen, en zo ja: op welke wijze en tegen welke kosten?
Zijn er andere of aanvullende opmerkingen die u van belang acht in verband met de klachten over vochtoverlast?
2.Wat het hof zal beslissen
3.De toelichting op de beslissing van het hof
Haviltex-maatstaf. [1] Omdat het bij die artikelen gaat om voorgedrukte (standaard)bepalingen waarover partijen niet afzonderlijk hebben gesproken of onderhandeld, komt het bij deze uitleg aan op de betekenis die partijen naar normaal spraakgebruik aan de gebruikte woorden mochten toekennen. [2] Daarbij dienen deze woorden te worden gelezen in de context van de gehele overeenkomst. Ook de vragenlijst beïnvloedt de verwachtingen die partijen mogen hebben over de eigenschappen van het verkochte. Verder moeten ook alle overige feiten en omstandigheden ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst in aanmerking worden genomen. Bij de vaststelling van wat in dit verband onder ‘normaal gebruik’ wordt verstaan geldt dat volgens gangbaar spraakgebruik daaronder wordt verstaan dat in de woning gewoond zal moeten kunnen worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast. Van een gebrek dat een normaal gebruik van een woning als woonhuis in de weg staat, is normaal gesproken pas sprake bij ernstige gebreken. Het is dus zeker niet zo dat elke onvolkomenheid aan de woning maakt dat het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt als bedoeld in artikel 7:17 BW. De koper van een bestaande woning zal, afhankelijk van de staat, leeftijd en prijs van de woning, rekening moeten houden met de noodzaak direct werkzaamheden aan de woning te verrichten om een zeker achterstallig onderhoud weg te werken of de woning aan te passen aan de eisen van de tijd, ook al was de noodzaak daartoe ten tijde van het sluiten van de koop niet direct zichtbaar. [3]
onderzoeksplicht van de koper. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat daarop geen beroep kan worden gedaan als het gaat om eigenschappen die de koper op grond van uitdrukkelijke mededelingen van de verkoper mocht verwachten, dan wel als de verkoper op de hoogte was van ontbrekende eigenschappen, terwijl de verkoper wist of moest begrijpen dat de koper bedoelde eigenschappen van belang achtte en het naar verkeersopvattingen op de weg van de verkoper had gelegen de koper over het ontbreken van die eigenschappen te informeren. In die gevallen heeft de
verkopereen
mededelingsplicht. Komt de verkoper zijn mededelingsplicht niet na, dan is sprake van een tekortkoming. Hier komt bij dat de koper in de regel mag afgaan op mededelingen van de verkoper en dat van de verkoper mag worden verwacht dat hij de hem bekende onzichtbare gebreken, waardoor de woning de feitelijke eigenschappen mist die voor een normaal gebruik nodig zijn, aan de koper meldt. De verkoper hoeft niet uit eigen beweging élke onvolkomenheid te melden, maar als hem ernaar gevraagd wordt, mag hij daarover geen onjuiste mededelingen doen. Doet hij dat toch dan kan er reden zijn om aan te nemen dat de koper de aanwezigheid van een bepaalde hoedanigheid of de afwezigheid van een bepaald gebrek mocht verwachten. In het algemeen zal aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte wanneer de verkoper naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had. [4]
Notitie Wateroverlast [adres1] januari 2025’en de
‘Rapportage Lekdetectie van 11 februari 2025’zijn als bijlage A en B bij het deskundigenrapport van 26 juni 2025 gevoegd.
allegebreken in de woning weg te nemen, iets dat [geintimeerden] ontkennen. Zij heeft haar stelling verder niet onderbouwd. Het hof is van oordeel dat [appellante] onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat [geintimeerden] zich zouden hebben verplicht om
allegebreken, dus ook gebreken die zich in de toekomst zouden openbaren en die volgens de regeling van de artikelen 6.1 en 6.3 van de overeenkomst voor rekening van [appellante] kwamen op te lossen. [geintimeerden] zijn daarom niet gehouden op grond van aanvullende afspraken zorg te dragen voor het verhelpen van de door [appellante] gestelde gebreken. De door [appellante] gevorderde nakoming door [geintimeerden] kan dan ook niet worden toegewezen.