Uitspraak
1.[appellant]
[appellante]
1.[geïntimeerde1]
[geïntimeerde2]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- het arrest van 23 april 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van [appellanten] . met producties;
- de akte van [geïntimeerden] met producties;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 september 2024 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De relevante feiten
- [geïntimeerden] zal een offerte aanvragen voor het aanbrengen van melkglas van 2,5m bij 2m.
- de offerte wordt ter goedkeuring voorgelegd aan [appellanten] .
- binnen 6 weken na de goedkeuring door [appellanten] . wordt de afscheiding door [geïntimeerden] gerealiseerd.
- partijen verzoeken om de zaak te verwijzen naar de rol van 30 november 2022 voor uitlaten door partijen over de regeling en het verdere verloop van de procedure.”
4.De toelichting op de beslissing van het hof
- a) hun lichtopening (balkon) in te korten tot twee (2) meter van de kadastrale erfgrens of
- b) hun lichtopening (balkon) aan de zijde van het erf van [appellanten] . te voorzien van een privacy scherm;
- II) [geïntimeerden] op straffe van een dwangsom hoofdelijk te veroordelen de overeenkomst met [appellanten] . van 26 september 2022 na te komen door hun lichtopening (balkon) aan de zijde van het erf van [appellanten] . te voorzien van een vast privacy scherm;
- III) [geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de (werkelijke) proceskosten (nader op te maken bij staat) bij de rechtbank en het hof en tot terugbetaling van de proceskosten die [appellanten] . ter uitvoering van het vonnis aan [geïntimeerden] hebben betaald.
beidezijkanten van hun balkon. Het hof is echter van oordeel dat [geïntimeerden] in redelijkheid kunnen menen en wensen dat bij plaatsing van een dergelijke afscheiding, de afscheiding aan beide zijden van hun balkon geplaatst wordt. Uit de stellingen van [geïntimeerden] volgt bovendien dat ook bij plaatsing van het melkglas aan één zijde, de constructie van het balkon aangepast zou moeten worden (wat aanzienlijke kosten met zich brengt). Het hof acht gelet daarop de omissie van [geïntimeerden] – daarin bestaande dat zij niet vermeld hebben dat de prijsopgave van G.F.H. schilders & afwerkingsbedrijf betrekking had op de beide zijkanten van het balkon – niet van wezenlijke betekenis, en er is ook geen grond om aan te nemen dat dat gegeven bij het oordeel van de rechtbank een rol van betekenis heeft gespeeld. Reden daarvoor is reeds dat [geïntimeerden] , in het kader van de ter zitting bij de rechtbank gemaakte afspraken en de uitvoering daarvan, in redelijkheid mochten veronderstellen en verlangen dat aan beide zijkanten van hun balkon hetzelfde melkglas zou worden geplaatst. Er is in zoverre dan ook onvoldoende grond om te oordelen dat sprake is van schending van artikel 21 Rv Pro.
5.De beslissing
- € 343,- aan griffierecht,
- € 2.580,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] (2 procespunten x het toepasselijke tarief II);