Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De verdere beoordeling door het hof
Vernietiging overeenkomsten ex artikel 1:88 lid 1 sub d BW Pro/1:89 lid 1 BW
3.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verjaringstermijn van de vordering tot vernietiging pas na 13 maart 2000 is aangevangen en nadien tijdig is gestuit, zodat [naam1] met haar brief van 22 juli 2005 de overeenkomsten rechtsgeldig heeft vernietigd. Dit betekent dat de grieven van Dexia tegen de bestreden vonnissen van de kantonrechter niet slagen en deze vonnissen zullen worden bekrachtigd.