Belanghebbende, een onderneming die zich bezighoudt met de levering en plaatsing van spanplafonds inclusief montage, was aanvankelijk ingedeeld in sector 3 (Bouwbedrijf). Na een indelingsonderzoek wijzigde de Inspecteur deze indeling naar sector 17 (Detailhandel en ambachten) met ingang van 1 januari 2020. Belanghebbende betwistte deze wijziging en stelde dat haar werkzaamheden tot sector 3 behoren.
Het hof oordeelt dat de kernactiviteit van belanghebbende niet valt onder de ruwbouw, maar onder afbouw, en dat de werkzaamheden niet in de bijlage van de Regeling Wfsv zijn vermeld. Daarom moet assimilatie plaatsvinden naar de sector die het meest overeenkomt met de aard van de werkzaamheden. Het hof stelt vast dat de werkzaamheden van belanghebbende meer overeenkomen met die van het woningstoffeerdersbedrijf in sector 17 dan met de bedrijven in sector 3.
Belanghebbende voerde aan dat haar werkzaamheden onder de CAO afbouw vallen en dat het beleid van de Inspecteur voor systeemplafonds ook op haar van toepassing zou moeten zijn. Het hof verwierp deze argumenten omdat de CAO niet relevant is voor sectorindeling en omdat spanplafonds wezenlijk verschillen van systeemplafonds, waardoor geen sprake is van feitelijk gelijke gevallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.