ECLI:NL:GHARL:2026:2982
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomsten
In deze civiele zaak staat centraal of het vernietigingsrecht van de erfgename van de oorspronkelijke contractant op effectenleaseovereenkomsten met Dexia Nederland B.V. is verjaard. De overeenkomsten werden in 1998 en 1999 gesloten, en de erfgename stelde in 2003 dat zij deze vernietigde wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
Het hof heeft vastgesteld dat de verjaringstermijn is gaan lopen op het moment dat de erfgename daadwerkelijk bekend was met de overeenkomsten. Uit bewijs en getuigenverklaringen blijkt dat zij al vóór 15 februari 2000 op de hoogte was, ondanks haar stelling dat zij pas in 2001 van het bestaan wist. Het hof acht haar verklaring onvoldoende overtuigend gezien de omvang van de maandelijkse aflossingen en het gezamenlijke bankrekeninggebruik.
Daarmee was het vernietigingsrecht ten tijde van haar verklaring in 2003 al verjaard. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen van de kantonrechter, verklaart dat Dexia aan al haar verplichtingen heeft voldaan, en veroordeelt de erfgename tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen en tot betaling van proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het vernietigingsrecht verjaard is en verklaart dat Dexia aan al haar verplichtingen heeft voldaan, met veroordeling van de erfgename tot terugbetaling en proceskosten.