Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift
- het verweerschrift tevens incidenteel appel
- het verweerschrift in het incidenteel appel
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
op naamvan [naam7] B.V. afsluiten van een financieringscontract/leasecontract voor het resterende aankoopbedrag. [verzoeker] heeft die toestemming ook nergens uit kunnen afleiden. Het zonder medeweten en instemming van [geïntimeerde] ondertekenen van vermeld contract voor eigen persoonlijk belang betreft een zodanige ernstige schending van het vertrouwen dat [geïntimeerde] in [verzoeker] mocht stellen, dat dit volgens [geïntimeerde] een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert.
toevoeging hof) over de BMW en over een factuur inzake commissies. [naam4] trad op als adviseur voor [geïntimeerde] en onderhield de contacten met [verzoeker] zodat bekendheid bij [naam4] toegerekend kan worden aan [geïntimeerde] . Pas op 11 maart 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen, terwijl [geïntimeerde] dus al in januari 2025 op de hoogte was van de reden die zij aan het ontslag op staande voet ten grondslag legt. [geïntimeerde] heeft niet gesteld dat zij in die tussenliggende periode nog nader onderzoek naar dit verwijt moest doen en zo ja, waarom dat zo lang moest duren, zodat zij te lang heeft gewacht met het geven van het ontslag. De conclusie is dan ook dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven en om die reden geen stand kan houden.
Bemiddeling tot stand komen levering derden/betaling door zowel leverancier als wederverkoper (detailhandel)’. Verder meent hij dat [geïntimeerde] wist van zijn nevenwerkzaamheden en het dienen van twee heren. Dat laatste maakt volgens [verzoeker] niet zonder meer dat sprake is van belangenverstrengeling.
haarbelang vooropstond, wat uiteindelijk niet het geval bleek te zijn. Dat zij daarbij mogelijk geen schade heeft geleden, zoals [verzoeker] heeft aangevoerd, doet daar niet aan af. Van belang is dat [verzoeker] door dit handelen het vertrouwen van [geïntimeerde] ernstig heeft beschaamd. Uit het transcript van het gesprek van 22 januari 2025 tussen [naam4] en [verzoeker] blijkt dat [verzoeker] ook wel wist dat zijn handelen ontoelaatbaar was voor [geïntimeerde] . In dat gesprek heeft [naam4] immers expliciet tegen [verzoeker] gezegd dat hij van ‘twee kantjes’ wil eten en dat hij niet ‘twee heren kan dienen’.
van beide partijencommissie zou ontvangen. Dat leest het hof niet in de prijslijst, die overigens niet uitblinkt in duidelijkheid. Onder het kopje ‘
Bemiddeling tot stand komen levering derden/betaling door zowel leverancier als wederverkoper (detailhandel)’, gaat het veeleer om provisie die [verzoeker]
van[geïntimeerde] ontvangt over bijvoorbeeld levering van zuivel/brood/gebak (€ 0,10 per artikel) of bij bemiddeling verkoop exploitatie (5% van de verkoop) en
nietover provisie die [verzoeker] van de wederpartij ontvangt.
de afspraken met [naam7] zijn in 4 overeenkomsten vastgelegd en hebben we beide met ons volle verstand getekend (…)
toevoeging hof) geleverd (…)