ECLI:NL:GHARL:2026:4717

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
200.367.647/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:672 BWArt. 7:673 lid 7 sub c BWArt. 7:677 lid 2 BWArt. 7:677 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: ontslag op staande voet zorgbegeleider gegrond verklaard

Zorg Intens B.V. heeft een zorgbegeleider op staande voet ontslagen omdat hij meer uren schreef dan hij daadwerkelijk werkte. De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat het ontslag onterecht was en kende vergoedingen toe aan de werknemer.

In hoger beroep heeft het gerechtshof de niet-geanonimiseerde ritadministratie beoordeeld en vastgesteld dat de werknemer gedurende de periode van 1 april tot en met 6 mei 2025 structureel minder uren werkte dan hij opgaf. Dit werd niet betwist door de werknemer.

Het hof achtte het handelen ernstig, mede vanwege de impact op kwetsbare cliënten en de relatie met het zorgkantoor. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, konden het ontslag niet disproportioneel maken.

Daarom oordeelde het hof dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven. De eerder toegekende vergoedingen wegens onregelmatig ontslag, transitievergoeding, vakantiegeld en eindejaarsuitkering moesten worden terugbetaald. De werknemer werd tevens veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het ontslag op staande voet rechtsgeldig en veroordeelt de werknemer tot terugbetaling van onterecht ontvangen vergoedingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.367.647/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, 11779253)
beschikking van 20 juli 2026
in de zaak van
Zorg Intens B.V.
die is gevestigd in Drachten
verzoekster in hoger beroep
bij de kantonrechter: verweerster
hierna:
Zorg Intens
advocaat: mr. E. Visser te Amsterdam
tegen
[verweerder]
die woont in [woonplaats]
verweerder in hoger beroep
bij de kantonrechter: verzoeker
hierna:
[verweerder]
niet verschenen

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Zorg Intens heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikkingen die de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, op 5 november 2025 en 14 januari 2026 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikkingen). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- het beroepschrift van 9 april 2026
- de op 24 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarvan een verslag is gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal).
[verweerder] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.De kern van de zaak

2.1
Zorg Intens heeft [verweerder] op staande voet ontslagen, in essentie omdat hij meer tijd schreef dan hij daadwerkelijk werkte. [verweerder] heeft berust in het ontslag, maar hij vindt dat ontslag onterecht en hij maakt aanspraak op een vergoeding wegens onregelmatig ontslag, de transitievergoeding en een vergoeding wegens opgebouwd vakantiegeld en het pro rata deel van de eindejaarsuitkering.
2.2
De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. De door [verweerder] verzochte vergoedingen zijn toegewezen en Zorg Intens is in de proceskosten veroordeeld.
2.3
Zorg Intens voert in hoger beroep aan dat het ontslag wel terecht is gegeven en dat de vergoedingen die zij aan [verweerder] moest betalen door [verweerder] terugbetaald moeten worden, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten van beide instanties.
2.4
Het hof zal bepalen dat het hoger beroep van Zorg Intens slaagt en zal de verzoeken van Zorg Intens toewijzen. Het hof zal hierna toelichten hoe het tot deze uitkomst komt, nadat eerst de feiten zijn vastgesteld.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

De feiten
Aangevuld met wat in hoger beroep is komen vast te staan en voor zover in hoger beroep nog van belang, zijn de feiten als volgt.
3.1
Zorg Intens verleent hulpverlening in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De cliënten van Zorg Intens hebben een indicatie gekregen en in deze indicatie staat hoeveel uren hulp zij vanuit Zorg Intens behoren te krijgen. De verstrekte hulp komt in verschillende vormen, het doel is telkens om cliënten weer zelfredzaam te maken.
3.2
[verweerder] , geboren [in] 1999, trad op 1 februari 2023 in dienst bij Zorg Intens voor onbepaalde tijd. De functie van [verweerder] was Begeleider voor 32 uur per week, met een loon van € 2.612,12 bruto per maand, exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT) van toepassing.
3.3
[verweerder] meldde zich op 19 maart 2025 arbeidsongeschikt met lichamelijke en psychische klachten. Na zijn ziekmelding is [verweerder] 24 uur per week gaan werken. Deze uren werden verdeeld over drie werkdagen van acht uur.
3.4
Op 26 maart 2025 vond een gesprek plaats tussen [verweerder] en zijn teamleider, waarbij [verweerder] is geadviseerd zijn 24 uur te spreiden over meerdere dagen, zodat de belasting beter verdeeld zou worden en er meer energie overblijft voor de privésituatie. Dit advies is tevoren door de teamleider mondeling afgestemd met de bedrijfsarts.
3.5
Op 24 april 2025 vond een consult plaats bij de bedrijfsarts. Blijkens de daarvan opgestelde ‘Probleemanalyse en Advies’ adviseerde de bedrijfsarts partijen de 24 uur per week te verdelen over vier werkdagen van zes uur.
3.6
Op 7 mei 2025 ontsloeg Zorg Intens [verweerder] op staande voet. Zorg Intens bevestigde dit aan [verweerder] per brief van diezelfde datum. In de ontslagbrief staat dat de reden voor het ontslag mondeling was meegedeeld en was vastgelegd in een verslag.
Het oordeel van de kantonrechter en de bezwaren daartegen
3.7
De kantonrechter oordeelde dat op basis van de door Zorg Intens overgelegde geanonimiseerde ritadministratie niet kan worden vastgesteld dat die administratie een juiste weergave vormt van het werkelijk door [verweerder] gewerkte aantal uren. Gelet op de erkenning van [verweerder] , is voor de kantonrechter wel komen vast te staan dat enkele keren een aantal uren teveel in de urenstaat is genoteerd, tijdens een periode van (opkomende) overspannenheid. [verweerder] valt van dat gedrag een verwijt te maken, maar dat vormt in de gegeven omstandigheden volgens de kantonrechter geen dringende reden. Zorg Intens had daarom moeten volstaan met een minder ingrijpend middel.
3.8
Zorg Intens vindt dat de dringende reden (meer arbeidsuren registreren dan er daadwerkelijk zijn gewerkt) wel aanwezig is. De (opkomende) overspannenheid acht Zorg Intens geen verzachtende omstandigheid. Zorg Intens is het niet eens met de toewijzing van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en de proceskostenveroordeling. Zorg Intens maakt op haar beurt aanspraak op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging (omdat een dringende reden voor ontslag is gegeven), die zij heeft verrekend met het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering.
De meegedeelde dringende reden
3.9
Uit de ontslagbrief volgt dat het ontslag op staande voet is gegeven omdat [verweerder] , kort gezegd, meer tijd heeft geschreven dan hij heeft gewerkt. De aanleiding voor het ontslag is gelegen in een melding op 6 mei 2025 over minimale aanwezigheid bij een cliënt, waarna de door [verweerder] geregistreerde uren zijn vergeleken met zijn ritadministratie en gedeclareerde kilometers. Uit deze vergelijking is gebleken van aanzienlijke verschillen. Vervolgens is een gesprek met [verweerder] gevoerd, waarin hij heeft erkend dat hij uren heeft geschreven op cliënten die in werkelijkheid niet of niet volledig aan hen zijn besteed.
3.1
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Zorg Intens van de maand maart 2025 geen gegevens heeft overgelegd. Zoals Zorg Intens heeft aangevoerd, volgt uit de ontslagbrief echter niet dat deze maand aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd. Ook nadien is de dringende reden niet uitgebreid met deze maand. Zorg Intens heeft aangevoerd dat onderzoek is verricht vanaf datum inwerkingtreding van het tracking systeem (31 maart 2025). Het hof zal hierna beoordelen of [verweerder] over de periode vanaf 1 april tot en met
6 mei 2025 meer uren heeft geschreven dan hij heeft gewerkt, en of dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert.
Meer uren geschreven dan daadwerkelijk gewerkt
3.11
Ter onderbouwing van het verwijt dat [verweerder] meer uren heeft geschreven dan hij daadwerkelijk heeft gewerkt, heeft Zorg Intens in hoger beroep de niet geanonimiseerde ritadministratie in het geding gebracht over de periode van 1 april tot en met 6 mei 2025. Zorg Intens heeft deze ritadministratie vergeleken met de weekstaten van [verweerder] en daaruit volgt dat hij in deze periode in ieder geval 32 uur en 2 minuten minder werkte dan hij verantwoordde.
3.12
[verweerder] heeft dit niet betwist. Dit betekent dat het hof voor de beoordeling van de omvang en ernst van het ten onrechte schrijven van uren uitgaat van de gegevens van Zorg Intens. Daaruit blijkt dus dat [verweerder] in de periode van 1 april tot en met 6 mei 2025 niet – zoals de kantonrechter heeft aangenomen – enkele keren een aantal uren teveel heeft geschreven, maar dat [verweerder] gedurende deze periode structureel minder werkte dan hij opgaf.
Dringende reden voor ontslag op staande voet
3.13
De volgende vraag is of dit ook een dringende reden oplevert, die maakt dat van Zorg Intens in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Zoals de kantonrechter voorop heeft gesteld moeten bij de beantwoording van die vraag alle omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang bezien in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van wat Zorg Intens als dringende reden aanmerkt en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking en de wijze waarop [verweerder] deze heeft vervuld. Ook de persoonlijke omstandigheden, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben, spelen daarbij een rol.
3.14
De frequentie en omvang van het ten onrechte schrijven van uren beoordeelt het hof als ernstig. Meerdere cliënten hebben als gevolg van het handelen van [verweerder] minder zorg ontvangen dan waarop zij recht hadden. Dit betreft kwetsbare mensen die aan de zorg van Zorg Intens zijn toevertrouwd en die met het oog op hun zelfredzaamheid begeleiding behoorden te krijgen. Daarnaast kan het handelen van [verweerder] consequenties hebben voor de relatie die Zorg Intens heeft met het zorgkantoor. Het zorgkantoor voert namelijk regelmatig rechtmatigheidscontroles uit.
3.15
[verweerder] voert aan dat het verweten gedrag moet worden bezien in de context van (opkomende) overspannenheid waardoor hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Hij stelt dat hij niet wist wat hij deed en dat hij het anders niet kon volhouden. [verweerder] vindt dat Zorg Intens zijn situatie niet serieus heeft genomen.
3.16
Dat [verweerder] onder invloed van zijn gezondheidstoestand niet wist wat hij deed, heeft hij niet onderbouwd met (medische) stukken. Vast staat wel dat hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was, maar dat hij medisch gezien ook niet in staat was om de door bedrijfsarts geadviseerde 24 uur per week te werken heeft hij evenmin van enige (medische) onderbouwing voorzien. Op zijn minst had van [verweerder] verlangd mogen worden dat hij dit bij Zorg Intens dan wel de bedrijfsarts zou hebben aangegeven of dat hij een deskundigenoordeel bij het UWV zou hebben aangevraagd, en dat is volgens Zorg Intens niet gebeurd. Volgens Zorg Intens heeft zij [verweerder] (na mondeling overleg met de bedrijfsarts) bovendien geadviseerd deze 24 uur over vier in plaats van drie dagen te spreiden. Dit advies is later door de bedrijfsarts schriftelijk bevestigd. [verweerder] plande zijn werkzaamheden vanwege zijn privésituatie (de zorg voor zijn zoontje) vervolgens zelf op drie in plaats van vier dagen. Zorg Intens verdeelt de cliënten en verstrekt de zorgindicaties waarin staat hoeveel uur begeleiding een client behoort te krijgen. Werknemers als [verweerder] maken aan de hand daarvan zelf een planning. In weerwil van het advies van Zorg Intens en de bedrijfsarts heeft [verweerder] er dus zelf bewust voor gekozen zijn uren over drie dagen te verdelen. Dat Zorg Intens zijn situatie niet serieus heeft genomen, is het hof niet gebleken.
3.17
Het hof oordeelt dat het ontslag op staande voet onder deze omstandigheden geen disproportionele maatregel is, ook als rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verweerder] . Dat het ontslag voor hem bijzonder nadelige gevolgen had - anders dan de algemene nadelen die voor een werknemer aan de ingrijpende maatregel van een ontslag op staande voet kleven - is niet gesteld of gebleken.
Gevolgen voor de vergoedingen
3.18
Uit het voorgaande volgt dat het oordeel van de kantonrechter dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven geen stand houdt. Dit brengt het volgende mee voor de vergoedingen die [verweerder] heeft verzocht en die door de kantonrechter aan hem zijn toegewezen en door Zorg Intens zijn uitbetaald.
Geen gefixeerde vergoeding voor [verweerder]
3.19
Bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet hoeft de opzegtermijn van artikel 7:672 BW Pro niet in acht te worden genomen. Voor toewijzing van de zogenoemde gefixeerde schadevergoeding op de voet van artikel 7:677 lid 2 en Pro 3 BW (een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren) bestaat in dit geval dan ook geen grond. Het beroep tegen de toewijzing slaagt en deze toewijzing houdt dus in hoger beroep geen stand.
Geen transitievergoeding
3.2
Ook slaagt het beroep tegen de toekenning van de transitievergoeding. De transitievergoeding is namelijk niet verschuldigd indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 7 onder Pro c BW). Daarvan is in dit geval sprake, omdat het ten onrechte schrijven van uren - onder verwijzing naar de overwegingen hierboven ten aanzien van de dringende reden - als ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] wordt beoordeeld. De toewijzing houdt dus geen stand.
Wel gefixeerde vergoeding voor Zorg Intens
3.21
Omdat [verweerder] Zorg Intens een geldige dringende reden voor ontslag heeft gegeven, heeft Zorg Intens recht op de door haar tijdig verzochte vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW Pro. Zorg Intens heeft deze vergoeding verrekend met het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering die zij nog aan [verweerder] verschuldigd was. [verweerder] heeft hier niet tegen geprotesteerd. Gelet hierop slaagt ook het beroep tegen toewijzing van een vergoeding wegens vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
Terugbetaling
3.22
Niet in geschil is dat Zorg Intens ter voldoening aan de bestreden eindbeschikking alle bedragen waartoe zij was veroordeeld heeft betaald aan [verweerder] . Dit betreft de gefixeerde schadevergoeding van € 5.026,06 bruto, de transitievergoeding van € 2.110,19 bruto, de vergoeding wegens opgebouwd vakantiegeld van € 2.040,20 bruto en de vergoeding wegens opgebouwde eindejaarsuitkering van € 1.111,84 bruto. Gelet op voorgaande overwegingen bestond voor de toekenning van deze bedragen geen grond en dienen deze dus aan Zorg Intens te worden terugbetaald, net als het bedrag aan wettelijke verhoging over de vergoedingen wegens vakantiegeld en eindejaarsuitkering dat door Zorg Intens is voldaan aan [verweerder] . Dit betreft het (onweersproken) bedrag van € 788.
Proceskostenveroordeling bij de kantonrechter
3.23
Hoewel Zorg Intens terecht heeft aangevoerd dat het ontslag op staande voet wel rechtsgeldig is gegeven, ziet het hof geen aanleiding anders te oordelen over de proceskostenveroordeling bij de kantonrechter. Daarbij is van belang dat bij het hof bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het ontslag is uitgegaan van nieuwe (niet-geanonimiseerde) gegevens van Zorg Intens, waarover de kantonrechter niet beschikte.
De conclusie
3.24
Het hoger beroep van Zorg Intens slaagt. De bestreden beschikkingen zullen (behoudens de proceskostenveroordeling bij de kantonrechter) worden vernietigd en het hof zal [verweerder] veroordelen tot terugbetaling van wat Zorg Intens aan haar heeft voldaan ter uitvoering van de bestreden beschikkingen.
3.25
Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof [verweerder] in de kosten van de procedure veroordelen, te begroten op het geheven griffierecht en een bedrag voor de kosten van de advocaat van Zorg Intens. Onder deze kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [1]
3.26
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaar bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1
vernietigt de tussen partijen gegeven tussenbeschikking van 5 november 2025 en de eindbeschikking van 14 januari 2026 van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, met uitzondering van de kostenveroordeling in de eindbeschikking en beschikt voor het overige opnieuw;
4.2
veroordeelt [verweerder] tot het (terug)betalen van de door Zorg Intens ten onrechte betaalde vergoeding onregelmatige opzegging van € 5.026,06 bruto;
4.3
veroordeelt [verweerder] tot het (terug)betalen van de door Zorg Intens ten onrechte betaalde transitievergoeding van € 2.110,19 bruto;
4.4
veroordeelt [verweerder] tot het (terug)betalen van de door Zorg Intens ten onrechte betaalde vergoedingen voor vakantiegeld van € 2.040,20 bruto;
4.5
veroordeelt [verweerder] tot het (terug)betalen van de door Zorg Intens ten onrechte betaalde eindejaarsuitkering van € 1.111.84 bruto;
4.6
veroordeelt [verweerder] tot het (terug)betalen van de door Zorg Intens ten onrechte betaalde wettelijke verhoging van € 788 bruto;
4.7
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de volgende proceskosten van Zorg Intens in hoger beroep:
€ 851 aan griffierecht
€ 2.580 aan salaris van de advocaat (2 punten x tarief II à € 1.290);
4.8
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.9
verwerpt het hoger beroep voor het overige en wijst daarmee af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Willemse, O.E. Mulder en C.W. Inden en is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.

Voetnoten

1.HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283.