ECLI:NL:GHARN:2002:AE4938
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag rioolrechten wegens ontbreken verbindende kracht van de verordening
Belanghebbende, een bedrijf, kreeg voor 1999 een aanslag rioolrechten opgelegd door de gemeente Zwolle. De aanslag bedroeg ƒ59.607,21 en was gebaseerd op een gecombineerde aanslag met een andere belasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard. Na correctie werd het bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeentelijke Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 1999 verbindende kracht had. Belanghebbende stelde dat de verordening niet voldeed aan de vereisten, met name omdat er geen controleerbare vastlegging was van de kostenverdeling tussen eigenaren- en gebruikersheffing.
Het hof oordeelde dat de gemeente Zwolle niet op controleerbare wijze had vastgelegd welke kosten door welke heffing werden gedekt. Hierdoor kon niet worden getoetst of de tarieven voldeden aan de wettelijke eisen, met name artikel 229b van de Gemeentewet. Dit leidde tot het oordeel dat de verordening geen verbindende kracht had en de aanslag daarom niet in stand kon blijven.
Het hof vernietigde de uitspraak van de verweerder, verklaarde belanghebbende ontvankelijk in haar bezwaar, vernietigde de aanslag en veroordeelde de gemeente Zwolle tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Belanghebbende en het college van burgemeester en wethouders werd de mogelijkheid gegeven om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen.
Uitkomst: De aanslag rioolrechten 1999 wordt vernietigd wegens het ontbreken van verbindende kracht van de verordening.