ECLI:NL:GHARN:2007:BB1960
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.C.M. de Kroon
- J.B.H. Röben
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongebruikelijke terbeschikkingstelling bij overdracht levensverzekering aan vennootschap
Belanghebbende, houder van alle aandelen in A BV, droeg op 30 december 2000 de verplichtingen uit een levensverzekeringsovereenkomst over aan Holding B BV, waarin zijn moeder alle aandelen hield. De Inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting 2001 door de rente-aangroei van het kapitaal als belastbaar inkomen aan te merken op grond van de terbeschikkingstellingsregeling.
Het geschil betrof de vraag of de overdracht van de kapitaalverzekering aan B BV een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling vormde en of de polis nog kwalificeerde als levensverzekering. Belanghebbende stelde dat de polis een voorwaardelijke vordering zonder overlijdensrisico was geworden, terwijl de Inspecteur het karakter van levensverzekering handhaafde.
Het Hof oordeelde dat een levensverzekering haar karakter behoudt gedurende de gehele looptijd, ook na overdracht, omdat de kans op voordeel en nadeel voor de verzekeraar blijft bestaan. De overdracht aan B BV veranderde hieraan niets, aangezien de rechten en verplichtingen ongewijzigd werden overgenomen. De rechtbank had de polis terecht getoetst aan artikel 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Inspecteur had de aangifte correct gecorrigeerd.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepsgrond van belanghebbende af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de overdracht van de levensverzekering een ongebruikelijke terbeschikkingstelling vormt en wijst het hoger beroep af.