ECLI:NL:GHARN:2008:BC2744
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over juiste bepaling en heffing van bpm voor exclusieve auto’s
Belanghebbende, handelend in exclusieve automerken, betaalde over juni 2004 €186.020 bpm en maakte bezwaar tegen de hoogte hiervan. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en verklaarde het beroep gegrond, maar zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep.
Het geschil betrof de juiste toepassing van de bpm, waarbij belanghebbende stelde dat de forfaitaire tabel van artikel 10 Wet Pro bpm in strijd is met artikel 90 EG Pro en dat de auto’s als gebruikt moesten worden aangemerkt, terwijl de Inspecteur betoogde dat de auto’s als nieuwe voertuigen moeten worden beschouwd en dat de forfaitaire tabel correct is toegepast.
Het Hof stelde vast dat de auto’s feitelijk nieuwe voertuigen waren, gezien de geringe kilometerstand, de korte periode op Duits kenteken en de bereidheid van kopers meer dan de consumentenprijs te betalen. De taxatierapporten die uitgingen van gebruikte voertuigen werden terzijde geschoven. Het Hof oordeelde dat de forfaitaire tabel niet leidt tot een onrechtmatige heffing en dat het beroep van belanghebbende ongegrond is.
De Inspecteur kreeg gelijk en het bezwaar werd terecht afgewezen. Het Hof wees proceskostenveroordeling af en bevestigde dat het beroep van de Inspecteur gegrond is. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de bpm-heffing bevestigd.