ECLI:NL:GHARN:2008:BH3718
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- R.A. Dozy
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout advocaat wegens niet stuiten verjaring vordering na kennelijk onbehoorlijk dividendbesluit
In deze civiele procedure staat centraal of de verjaringstermijn van een schadevordering jegens een accountant is aangevangen en of deze tijdig is gestuit. De zaak betreft een dividendbesluit uit 1996 dat door de curator als kennelijk onbehoorlijk bestuur is aangemerkt, waardoor de aandeelhouder en bestuurder aansprakelijk zijn gesteld voor het faillissementstekort van de vennootschap.
De aandeelhouder en bestuurder hebben schadevergoeding gevorderd van de accountant wegens onzorgvuldig advies omtrent het dividendbesluit. Daarnaast vorderen zij schadevergoeding van hun advocaat, omdat deze niet heeft voorkomen dat de vordering tegen de accountant is verjaard door het niet in vrijwaring oproepen van de accountant en het niet tijdig stuiten van de verjaring.
Het hof stelt vast dat de verjaringstermijn van vijf jaar is aangevangen op 11 december 1997, de dag van ontvangst van de dagvaarding door de curator. De advocaat heeft niet tijdig een stuitingshandeling verricht; de door hem aangevoerde communicatie is onvoldoende ondubbelzinnig om de verjaring te stuiten. De vordering tegen de accountant is daardoor verjaard.
Het hof bevestigt dat het dividendbesluit als kennelijk onbehoorlijk bestuur moet worden aangemerkt en dat de accountant tekortgeschoten is in de advisering. De advocaat heeft een beroepsfout gemaakt door het niet tijdig stuiten van de verjaring, waardoor hij aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Het hoger beroep van de advocaat wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Arnhem wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de advocaat wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Arnhem wordt bekrachtigd.