ECLI:NL:GHARN:2009:BH5050
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J. Kromhout
- J. van de Merwe
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidskorting door onjuiste vermelding VUT-uitkering ondanks telefonisch advies
Belanghebbende was tot 1 oktober 2004 werkzaam bij een bank en ontving vanaf die datum een VUT-uitkering. In zijn aangiften inkomstenbelasting 2004 en 2005 gaf hij deze uitkeringen aan als inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking, mede op basis van een telefonisch advies van een medewerker van de Belastingtelefoon. De Inspecteur corrigeerde dit en kwalificeerde de VUT-uitkeringen als inkomsten uit vroegere arbeid, waardoor geen recht op arbeidskorting bestond.
Belanghebbende stelde dat hij op grond van het gegeven telefonisch advies een in rechte te beschermen vertrouwen mocht ontlenen aan de fiscale behandeling van zijn VUT-uitkeringen. Het Hof oordeelde dat de uitlatingen van de medewerker slechts algemene voorlichting waren en niet als een bindende toezegging konden worden aangemerkt. Bovendien was belanghebbende niet aannemelijk dat hij schade had geleden door het volgen van deze onjuiste informatie.
Daarnaast wees het Hof het beroep op het vertrouwensbeginsel af met betrekking tot de voorlopige aanslag 2005, omdat het opleggen van een voorlopige aanslag geen in rechte te honoreren vertrouwen schept, zeker niet binnen het massale proces van automatische aanslagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op arbeidskorting voor de VUT-uitkeringen en wijst het hoger beroep af.