ECLI:NL:GHARN:2010:BM9842
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetaling ten onrechte genoten bijstandsuitkeringen en heffingsrente in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2005 waarbij een bedrag van € 9.978, ingehouden via derdenbeslag vanwege terugvordering van ten onrechte genoten bijstandsuitkeringen door haar partner, niet als negatief inkomen werd erkend. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar belanghebbende stelde hoger beroep in.
Het Hof oordeelt dat er geen direct verband bestaat tussen de terugbetaling en de dienstbetrekking van belanghebbende, zodat het bedrag niet als negatief loon kan worden afgetrokken. Ook is de betaling geen bron van inkomen en vormt zij geen negatieve inkomsten. Daarnaast is het beroep op het vertrouwensbeginsel inzake de voorlopige aanslag en de winst uit onderneming verworpen.
Ten aanzien van de heffingsrente constateert het Hof dat de Inspecteur onzorgvuldig heeft gehandeld door een voorlopige aanslag op te leggen die afweek van de aangifte door een fout in de programmatuur. Hierdoor wordt de heffingsrente verminderd tot een bedrag van € 609. Tevens wordt de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag, vermindert de heffingsrente tot € 609 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van € 1.127.