ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2994
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffing loonheffing DGA niet in strijd met vertrouwens- of zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende, een BV met een directeur-grootaandeelhouder (DGA), kreeg een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd over 2002 omdat loonheffing niet was afgedragen ondanks dat er wel salaris was uitbetaald. De BV had geen aangifte loonheffing gedaan en de Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op. De rechtbank verklaarde het beroep op de naheffingsaanslag ongegrond, maar vernietigde de boete.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de naheffing moest worden vernietigd op grond van het vertrouwensbeginsel, omdat medewerkers van de Belastingdienst geen opmerkingen hadden gemaakt over de loonheffing tijdens een bespreking in 2005. Ook werd aangevoerd dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden omdat eerdere naheffingsaanslagen ambtshalve waren vernietigd.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een uitdrukkelijke toezegging dat geen naheffing zou volgen en dat belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat loonheffing verschuldigd was, mede omdat in de aangifte vennootschapsbelasting 2004 een schuld aan loonheffing was opgenomen. De eerdere vernietiging van naheffingsaanslagen deed hieraan niet af. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag loonheffing over 2002 en verklaart het hoger beroep ongegrond.