ECLI:NL:GHARN:2011:BU5789
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de vaststelling en berekening van de WGA-premie voor kleine werkgevers
Belanghebbende, een kleine werkgever, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de WGA-premie 2009 en het niet tijdig nemen van een beschikking over de uniforme premie Aok 2009. De Inspecteur stelde de WGA-premie vast op het maximumpercentage van 1,47%, ondanks dat slechts twee werknemers aan belanghebbende konden worden toegerekend voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Arnhem bevestigt dit oordeel. Het Hof oordeelt dat bezwaar en beroep tegen de uniforme premie Aok 2009 niet mogelijk zijn omdat de Wfsv als belastingwet wordt beschouwd en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van toepassing is, die een gesloten stelsel kent voor bezwaar en beroep.
Voorts is de wettelijke grondslag voor de wijze van berekening van de WGA-premie, inclusief de opslag en korting en het betrekken van WAO-uitkeringen bij de premieberekening, voldoende. Het Hof wijst het gelijkheidsbeginselverweer af en oordeelt dat de verschillen tussen publiek en privaat verzekerde werkgevers gerechtvaardigd zijn.
Ten slotte acht het Hof de toerekening van uitkeringslasten aan belanghebbende juist en wijst het verzoek tot verlaging van de premie af, mede omdat de maximumpremie geldt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot vaststelling van de WGA-premie 2009 wordt bevestigd.