ECLI:NL:GHARN:2012:BV6478
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- K.E. Mollema
- M.C.D. Boon-Niks
- R.J. Voorink
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering tegen uitgeprocedeerde Roma in gemeentelijke noodopvang
De gemeente Almere en het Leger des Heils vorderden ontruiming van een woning die werd bewoond door uitgeprocedeerde Roma, die in de gemeentelijke noodopvang verbleven. De bewoners hadden geen verblijfsrecht en waren door bestuursrechtelijke procedures heen, maar hadden de woning niet verlaten ondanks opzegging van woonovereenkomsten.
In eerste aanleg werd de ontruiming van deze woning afgewezen, terwijl andere woningen wel ontruimd werden. Het hof stelde vast dat de bewoners de woning bewonen op basis van een woonovereenkomst met het Leger des Heils en dat de gemeente sinds 2007 huurder is van de woning. De vraag was of een privaatrechtelijke ontruiming een onaanvaardbare doorkruising van het bestuursrecht oplevert.
Het hof oordeelde dat de gemeente geen bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheid heeft omdat de noodopvang berust op beleidsregels en niet op een wettelijk voorschrift. Privaatrechtelijke ontruiming is daarom toegestaan en vormt geen onaanvaardbare doorkruising van de bestuursrechtelijke procedure. Gezien de prognose van de bestuursrechtelijke procedures en de belangenafweging werd de ontruimingsvordering toegewezen met een termijn van zes weken.
De machtiging voor ontruiming met behulp van de sterke arm werd afgewezen omdat de deurwaarder deze bevoegdheid rechtstreeks ontleent aan het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De bewoners werden veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelde de bewoners tot ontruiming van de woning binnen zes weken en verwierp het verweer dat privaatrechtelijke ontruiming een onaanvaardbare doorkruising van het bestuursrecht vormt.