ECLI:NL:GHARN:2012:BV9112
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen buitenlandse vermogens zonder schending evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende had navorderingsaanslagen ontvangen voor de jaren 1998 tot en met 2001 vanwege niet opgegeven buitenlandse spaartegoeden en inkomsten uit Franse werknemersopties. Na bezwaar en een gedeeltelijke vermindering van de heffingsrente door de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de navorderingsaanslagen en de heffingsrente.
Belanghebbende stelde dat de navorderingsaanslagen in strijd waren met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel, omdat de Inspecteur te laat was begonnen met het opleggen van de aanslagen, ondanks een vermeende vaststellingsovereenkomst over vrijwillige verbetering. Het Hof onderzocht of deze vaststellingsovereenkomst bestond en concludeerde dat deze niet aannemelijk was gemaakt.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur pas op 11 april 2007 beschikte over voldoende aanwijzingen en de identiteit van belanghebbende kende. De daaropvolgende periode van zes tot zeven maanden voor het opleggen van de aanslagen was gerechtvaardigd gezien de complexiteit van de zaak. De navorderingsaanslagen en heffingsrente zijn daarmee niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd zonder schending van het evenredigheidsbeginsel.