ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1831
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag bij verzwegen buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2007 een navorderingsaanslag opgelegd wegens verzwegen buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen over de jaren 1997 tot en met 2007. De navordering omvatte inkomstenbelasting, vermogensbelasting en heffingsrente. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep ging.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) correct was toegepast en of de inspecteur met de vereiste voortvarendheid had gehandeld bij het opleggen van de aanslag. Belanghebbende stelde dat de navorderingstermijn slechts beperkt tot vijf jaar vóór de eerste aanwijzing mocht worden verlengd en dat de inspecteur niet voortvarend was geweest.
Het Hof verwierp deze stellingen en oordeelde dat de wet en jurisprudentie een bredere toepassing van de verlengde navorderingstermijn toestaan. Ook vond het Hof dat de inspecteur voldoende voortvarend had gehandeld gezien de complexiteit en het verloop van de communicatie en informatieverstrekking. Het Hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste uitleg van de navorderingstermijnen bij buitenlandse inkomsten en het beoordelingskader voor voortvarendheid van de inspecteur. De proceskosten werden niet aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat de verlengde navorderingstermijn juist is toegepast en de inspecteur voortvarend heeft gehandeld.