ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6989
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- M.A. Dirks
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid navordering buitenlandse banktegoeden en toepassing verlengde navorderingstermijn
Eiser heeft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2007 ontvangen, waarin ook belasting over de jaren 1997 tot en met 2007 is nagevorderd vanwege verzwegen buitenlandse banktegoeden. De navordering omvat tevens vermogensbelasting en heffingsrente over diverse jaren. Eiser betwist de toepassing van de verlengde navorderingstermijn en stelt dat de aanslag verminderd moet worden wegens overschrijding van de navorderingstermijn en onvoldoende voortvarendheid.
De rechtbank overweegt dat de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar correct is toegepast voor de jaren 1997-2003, terwijl voor de jaren 2004-2007 de reguliere termijn van vijf jaar geldt. De primaire stelling van eiser dat alleen over de laatste vijf jaar mag worden nagevorderd, wordt verworpen vanwege een onjuiste interpretatie van de wet en jurisprudentie.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet onredelijk heeft gehandeld met het opleggen van de navorderingsaanslag, ondanks dat de informatie gefaseerd werd aangeleverd en er enige tijd verstreek tussen ontvangst van gegevens en oplegging. De navordering is dan ook met redelijke voortvarendheid voorbereid en vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.