Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 juli 2015
Stichting Kinderverblijf de Melkweg,
Het geding
mr. L.J. Böhmer, advocaat te Utrecht, en de Melkweg door mr. V. Moes, advocaat te Luxemburg, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. De zaak is op 19 november 2013 geroyeerd en op 3 juni 2014 weer aangebracht. Vervolgens heeft PZW een akte (met producties) genomen en de Melkweg een antwoordakte (met producties). Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
€ 22.374,17 onvoldoende onderbouwd. Dit zo zijnde behoeft de vraag welke bedragen door De Melkweg ter zake van door haar verschuldigde premies aan PWZ zijn betaald geen beantwoording.
Beslissing
- wijst af de (reconventionele) vordering van de Melkweg;
- veroordeelt de Melkweg tot terugbetaling aan PZW van een bedrag van € 30.640,01 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2012, tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt PZW in de kosten van het geding in eerste aanleg in conventie, aan de zijde van de Melkweg tot op 8 februari 2012 begroot op € 293,98 aan verschotten en
- compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.